Rasstandaard Australian Kelpie

Australian Kelpie in Holland

Bashyr, Indra & Numme (lying down)
Bashyr at wprk with sheep.
Bashyr, Indra & Numme.

Rasstandaard Australian Kelpie

 

Algemeen

Het algemeen voorkomen van een Australian Kelpie moet dat van een lenige, zeer bekwame werkende hond zijn, die een harde bespiering gepaard met soepele gewrichten toont en de capaciteit tot onvermoeibaar werken weergeeft. De Kelpie mag geen enkel spoor van zwakte tonen.

 

Bijzondere kenmerken

De Kelpie is een buitengewoon waakzaam, vurig en hoogst intelligent, met een zachte volgzame aard en een onuitputtelijke energie, trouw en plichtsbesef. Hij heeft een natuurlijk instinct en aanleg voor het werken met schapen, zowel op het erf als in het open land.

 

Het hoofd

Het hoofd is goed in verhouding met de grootte van de hond. De schedel licht gewelfd en breed tussen de oren, het voorhoofd loopt geleidelijk over in een geprononceerde stop. De wangen zijn noch zwaar noch uitstekent maar lopen over in het gezicht dat droog gesneden en glad afgetekend is. De snuit is bij voorkeur iets korter in lengte dan de schedel. De lippen zijn strak en droog. De kleur van de neus correspondeert met die van de vacht.

 

Tanden

De tanden moeten gezond, sterk en gelijkmatig geplaatst zijn. De onderste snijtanden juist achter de bovenste geplaatst zijn, maar deze net rakend (schaargebit).

 

Ogen

De ogen moeten amandelvormig en middelmatig groot zijn. Scherp afgetekend aan de hoeken en een intelligente en vurige uitdrukking hebben. De kleur van de ogen moet bruin zijn, in overeenstemming met de kleur van de vacht. In het geval van de blauwkleurige honden is een lichter oog toegestaan.

 

Oren

De oren staan rechtop en lopen uit in een dunne punt. De huid dun maar sterk aan de basis, naar buiten buigend en aan de randen licht gewelfd, van matige grootte. De binnenkant van de oren moet goed behaard zijn.

 

Hals

De hals is matig lang, sterk, licht gebogen en geleidelijk in de schouders over gaan, zonder keelhuid.

 

Voorhand

De schouders moeten welgevormd en gespierd zijn, goed schuin liggend, met dicht bij elkaar staande schouderbladpunten. De opperarm in een lichte hoek met de onderarm. De ellebogen parallel met het lichaam. De onderarmen moeten gespierd zijn met sterke maar fijne botten, volkomen recht van voren bekeken. De middenvoeten behoren van opzij gezien een lichte hoeking te tonen.

 

Achterhand

De achterhand moet breedte en kracht weergeven. De croupe is behoorlijk lang en schuin liggend en in gelijke mate als de schouder ge hoekt. De knieen goed gebogen, de sprongen tamelijk laag geplaatst en parallel lopend met het lichaam.

Reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig ingedaalde testikels hebben.

 

Voeten

De voeten moeten rond zijn, sterk, met dikke kussens en gesloten, goed gewelfde tenen. Sterke korte nagels.

 

Lichaam

De borstkas moet eerder diep dan breed zijn, ribben goed gewelfd (niet tonvormig). Een vaste ruglijn, sterke en goed bespierde lendenen en de flanken behoorlijk diep. De lengte van de hond van de punt van het borstbeen in rechte lijn tot het zitbeen is groter dan de schofthoogte en wel in verhouding 10:9.

 

De Staart

De staart moet in rust licht gebogen hangen. Tijdens actie of opwinding mag hij hoger worden gedragen. Onder geen voorwaarde mag de staart boven een horizontale lijn komen. In lengte moet de staart ongeveer tot de hakken reiken.

 

Vacht

De bovenvacht moet matig kort zijn, vlakliggend, sluik en waterbestendig, met een korte dikke ondervacht. Op het hoofd, de oren, voeten en benen is het haar kort. De vacht is langer in de hals, waar een redelijke mate van kraag zich manifesteert. Achter aan de dijbenen vormt de vacht een lichte bevedering. Het haar aan de staart moet voldoende zijn om een borstel te vormen.

 

Kleur

Zwart, Black and Tan, Rood, Red and Tan, geelbruin, chocolade en rookkleurig blauw.

 

Maten

De hoogte moet zijn:

 

Reuen: schofthoogte 46 tot 51 cm (18 – 20 inch)

Teven: schofthoogte 43 tot 48 cm (17- 19 inch)

 

Beweging

Het is van belang dat de Kelpie volkomen in balans is, zowel in bouw als in de gangen. De gangen zijn stevig, soepel, vrij en onvermoeibaar, met de mogelijkheid om op snelheid plotseling te kunnen wenden en ook om sluipende, onopvallende bewegingen te maken die in het werk gevraagd worden. Elke neiging tot koehakken, stijve gangen, losse schouders of beperkingen in de beweging, weven of kruisen, is een ernstige fout.

 

 

Copywrite D.N. Geerlings © All rights reserved.