Gezondheid van de Australian Kelpie

Australian Kelpie in Holland

Bashyr, Indra & Numme (lying down)
Bashyr at wprk with sheep.
Bashyr, Indra & Numme.

Gezondheid van de Australian Kelpie

Gezondheid van de Australian Kelpie

 

De Australian Kelpie is gelukkig een behoorlijkgezond ras.

Toch komen ook bij de Kelpie bepaalde aandoeningen soms voor. Op deze pagina vindt u informatie over aandoeningen die bij de Kelpie bekend zijn.

Net zoals iedere andere hond kan de Kelpie ziektes oplopen in het dagelijks leven. Hierom benadrukken wij nog eens, dat bijvoorbeeld jaarlijkse inentingen en 1/2-jaarlijks ontwormen een 'must' zijn. Uw dierenarts kan u hierover volledig inlichten.

Deze pagina is informatief en educatief bedoeld voor u als geïnteresseerde in ons ras.

Wij willen u op deze pagina informeren over bepaalde gezondheidsonderwerpen. Wij pretenderen daarbij niet om volledig te zijn. Wij willen dan ook benadrukken dat voor zaken die de gezondheid van uw hond aangaan, uw dierenarts de aangewezen persoon is om mee in contact te treden.

Op deze pagina kunt u uitgebreide informatie vinden over de volgende aandoeningen die bij de Australian Kelpie kunnen voorkomen:

Monorchisme & Cryptorchisme

HD (Heup Dysplasie)

Cerebellar Abiotrophy

Patella Luxatie

Epilepsie

Hart problemen

 

Cryptorchisme en monorchisme

Cryptorchisme wil zeggen dat één of beide testikels niet in het scrotum zijn afgedaald. Zij zitten dus nog in de buik. Omdat zaadcellen alleen bij een vrij lage temperatuur geproduceerd worden, en omdat de temperatuur in de buikholte te hoog is, zijn deze honden vaak steriel.

Van monorchisme is sprake als er maar één testikel in het scrotum aanwezig is en de tweede ontbreekt. Indien cryptorche reuen gecastreerd worden, is de operatie iets ingrijpender, omdat de buikholte wat verder open moet om de testikels op te zoeken. De aandoening is echter niet levensbedreigend. Wel kan de aandoening erfelijk zijn, zodat fokken met deze dieren niet aan te raden is.

 

Heupdysplasie (Bron: Raad van Beheer)

 

Heupdysplasie (HD) is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben.

De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten.

Het beoordelingspanel

Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden. De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW, heeft gesloten worden gemaakt.

Voor de gegevens van een dierenarts bij u in de buurt kunt u bellen met de Raad van Beheer, afdeling GGW, telefoon 0900-7274663.

Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto's minimaal 12 maanden oud te zijn.

HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd.

De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken.

Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, in de daaropvolgende week, beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoen.

HD-foto

Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto.

Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto bij de dierenarts.

Deze moet dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van deze nieuwe foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht.

Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek

 

Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.

De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.

De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.

Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).

F.C.I.-beoordeling

De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.

De beoordeling van onderdelen

Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.

Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden".

Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.

Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling.

Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruizen van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen".

Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijkingen en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD D.

De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

De Norbergwaarde

Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.

HD-beoordeling

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.

Het herhalen van HD-onderzoek

Iedere eigenaar kan na verloop van minimaal 1 jaar opnieuw een HD-onderzoek laten verrichten. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.

Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 à 1,5 jaar werden onderzocht, en waarbij een lichtpositieve uitslag op grond van een slechte aansluiting, met al dan niet een bijbehorende lage Norbergwaarde tot stand kwam, terwijl er geen botafwijkingen werden vastgesteld.

Uw hond en HD

Eigenaren van honden waarvan een officiële HD-foto is gemaakt vragen de dierenarts die de foto gemaakt heeft nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de heupgewrichten. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts milder is dan de uiteindelijke definitieve uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar van de hond.

GGW adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de heupgewrichten. Van honden die niet vrij blijken te zijn van heupdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto niet voorspeld worden of ze vroeger of later problemen kunnen krijgen.

Ook wanneer vrij duidelijke misvormingen worden gevonden betekent dat niet dat de hond er beslist last van moet krijgen. Het is dan wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de heupgewrichten wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.

HD en fokkerij

De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond.

Het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle HD-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de HD-commissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de heupgewrichten worden gevonden.

Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk.

Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Raad van Beheer, afdeling GGW, kunnen vaststellen wat in het kader van HD-bestrijding voor hun ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van HD nog verantwoord is.

Cerebellar Abiotrophy

Het cerebellum is het gedeelte van de hersenen wat de controle en coördinatie van de beweging van de hond reguleert. In deze aandoening, volgroeien de cellen in het cerebellum voor de geboorte van de hond, maar verslechteren vroegtijdig na de geboorte wat klinische tekenen geeft van slechte coördinatie gecombineerd met gebrek aan balans. De Prukinje cellen in het cerebellum zijn hierbij primair betrokken; cellen in andere delen van de hersenen kunnen ook aangetast zijn.

Hoe wordt Cerebellar Abiotrophy vererfd?

Een autosomale recessieve schaal van erfelijkheid is bevestigd, of is sterk vermoed voor de onder genoemde lijst, met uitzondering van de x-linked cerebellar ataxia in the Engelse Pointer, welke een x-linked schaal van vererving heeft.

Verschillende soorten van Cerebellar Abiotrophy:

Neonatal cerebellar abiotrophy (erg zeldzaam);

De aangetaste cellen beginnen te degenereren voor de geboorte, zo dat de klinische tekenen van disfunctie al bij de geboorte aanwezig zijn, of zodra de puppen beginnen te lopen.

Postnatal cerebellar abiotrophy;

Cellen in het cerebellum zijn normaal bij de geboorte, maar gaan degenereren op variabele tijd daarna.

Cerebellar en extrapyramidal nuclear abiotrophy;

Cellen in andere delen van de hersenen zullen ook aangetast zijn/worden.

Bij de Australian Kelpie is bekend dat het om de Postnatal cerebellar abiotrophy gaat.

Wat houdt Cerebellar Abiotrophy in voor u en uw hond?

Het cerebellum is het gedeelte van de hersenen wat de controle en coördinatie van de vrijwillige beweging reguleert. De klinische tekenen van een cerebellare disfunctie bij lijdende honden kan inhouden dat er een gebrek aan balans te zien is, een wijde stand van de poten (voeten staan ver uit elkaar), stijve of hoog stappende gang, ogenschijnlijk gebrek aan bewust zijn waar de voeten moeten staan (staan of lopen op de knoken van de voeten), en hoofd en lichaamsbevingen. Deze tekenen zullen snel of langzaam verslechteren (zie de lijst hierboven). Lijdende honden kunnen op een gegeven moment niet meer in staat zijn om trappen te lopen of te staan zonder hulp. Ze hebben een normale mentale alertheid.

Als andere delen van de hersenen ook aangetast zijn, kan het zijn dat je ook gedragsveranderingen zult zien (gebrek aan zindelijkheid, agressie), verwardheid, blindheid, en aanvallen.

Hoe wordt Cerebellar Abiotrophy gediagnosticeerd?

Het is een zeldzame afwijking. De klinische tekenen wijzen op een cerebellare aandoening, zeker in een ras waarvan men weet dat het voorkomt. Uw dierenarts kan testen doen om uit te sluiten dat het om een evt. andere aandoening gaat die dezelfde tekenen kan geven.

Hoe wordt Cerebellar Abiotrophy behandeld?

Er is geen behandeling mogelijk voor deze aandoening. De honden herstellen niet van deze afwijking en meestal (afhankelijk van de mate van progressie van de zichtbare aantasting) wordt de beslissing genomen dat euthanasie de beste oplossing is.

Fokadvies

Lijdende honden, hun ouders (dragers van de aandoening), en nestgenoten (vermoedelijke dragers) zouden niet voor de fok ingezet moeten worden.

Met x-linked cerbellar abiotrophy, zijn alleen de reuen lijders, en is de moeder de drager van de aandoening.

Autosomaal recessief

Lijder X Lijder geeft 100% Lijders

Lijder X Clear geeft 100% Dragers

Lijder X Drager geeft 50% Lijders, 50% Dragers

Drager X Drager geeft 25% Lijders, 50% Dragers, 25% Clear

Drager X Clear geeft 50% Dragers, 50% Clear

 

 

Patella luxatie

Inleiding

Patella is de officiële naam voor de knieschijf. Een patella luxatie betekent dus een loszittende knieschijf. Deze aandoening komt sporadisch bij de Australian Kelpie voor. Er zijn verschillende vormen van luxaties. De meest voorkomende is de luxatie naar mediaal. Dit wil zeggen dat de knieschijf naar de binnenkant van de knie wegschiet. We zien dit vaak bij honden van de kleine rassen. De luxatie naar lateraal, waarbij de knieschijf naar buiten wegglijdt, zien we soms bij de grote rassen, vaak in combinatie met een draaiïng in het dijbeen. Deze laatste vorm is zeldzaam. In de rest van dit artikel zullen we het daarom alleen hebben over de luxatie naar mediaal.

Oorzaak

Het kniegewricht wordt gevormd door het dijbeen en het scheenbeen. Voor op het dijbeen loopt een sleuf waar de knieschijf normaliter in ligt. Aan de knieschijf zit de kniepees die op haar beurt weer vast zit aan een beenkam op het scheenbeen. Bij sommige honden is de sleuf in het dijbeen ondiep en zit de aanhechting van de kniepees wat te ver naar binnen toe. De knieschijf kan dan makkelijk uit z'n sleuf naar binnen toe schieten. Als dit gebeurt spreken we van een patella luxatie.

Voorkomen

De patella luxatie naar mediaal is vooral een probleem bij de kleinere hondenrassen, zoals Terriërs, Poedels, Chihuahua's, Papillons en andere schoothonden. Het komt echter ook bij de grotere rassen af en toe voor.

Diagnose

De klachten van de hond hangen af van de ernst van de luxatie. We kennen verschillende vormen. Als de knieschijf er slechts incidenteel afschiet spreken we van een habituele luxatie. Honden die dit hebben lopen af en toe een paar passen met een pootje opgetrokken. De knieschijf is dan van zijn plaats geschoven. Na een paar stappen schiet hij weer terug en de hond loopt weer normaal verder. Voor huishonden hoeft dit geen probleem te zijn, maar voor een showhond is het een in het oog springend gebrek. Erger wordt het wanneer de knieschijf er afligt en slechts af en toe terugspringt. We spreken dan over een stationaire luxatie. Deze honden hebben problemen met overeind komen en met lopen. Ze gaan achter met O-beentjes en een soort kikkerpas lopen. De hond heeft hier meestal zelf behoorlijk last van. De ergste vorm is wanneer de knieschijf er totaal afligt en ook niet meer op z'n plaats is terug te leggen. Deze dieren kunnen niet normaal staan en moeten roeien met hun achterpoten om vooruit te komen. Als de dieren onderzocht worden moet niet alleen naar de ligging van de knieschijf gekeken worden, ook de stand van het dijbeen, de kromming van de beenkam op het scheenbeen en de diepte van de sleuf in het dijbeen zijn van belang. Hiernaast zien we in kombinatie met een patella luxatie nog wel eens andere knieproblemen zoals gescheurde kruisbanden of gewrichtslijtage. Voordat tot een operatie wordt besloten moet dit eerst allemaal nagekeken zijn.

Behandeling

Dieren met een hele lichte luxatie, waarbij de knieschijf maar heel af en toe luxeert hoeven niet persé geopereerd te worden. Als de knieschijf vaker van z'n plaats schiet, of zelfs permanent verkeerd ligt moet er worden ingegrepen. De enige manier is operatief. Bij een lichte luxatie is het vaak voldoende om de aanhechting van de kniepees een stukje te verplaatsen. Dit gebeurt door de beenkam van het scheenbeen los te maken en op de correcte plaats weer vast te zetten. Als ook de sleuf in het dijbeen te ondiep is moet deze worden uitgediept. Vroeger gebeurde dit door in het dijbeen een nieuwe sleuf te frezen. Nadeel hiervan was dat het gewrichtskraakbeen onherstelbaar beschadigd werd. Daarom kiezen we nu liever voor technieken waarbij dit kraakbeen zoveel mogelijk gespaard blijft. Hiernaast wordt het gewrichtskapsel strakker gemaakt zodat de knieschijf beter op z'n plaats blijft liggen. De behandeling verschilt dus van geval tot geval en is afhankelijk van de ernst van de aandoening.

Erfelijkheid

De aandoening is een erfelijk gebrek. Het is daarom raadzaam om niet te fokken met dieren met een duidelijke luxatie. De precieze wijze van overerving is niet bekend, maar zal waarschijnlijk op meerdere factoren berusten, net zoals b.v. HD.

Preventie

Afgezien van een gericht fokprogramma is er geen manier om luxaties te voorkomen. Traplopen, springen en dergelijke hebben geen invloed op het ontstaan van een luxatie.

 

Epilepsie

Inleiding

Epilepsie of vallende ziekte is een aandoening van de hersenen die er toe leidt dat de patiënt tijdelijk de controle over een deel van zijn lichaamsfunkties verliest. Bekend zijn de toevallen waarbij de hond omvalt, hevige spierkrampen krijgt, schuimbekt en urine of ontlasting laat lopen. Er zijn echter ook mildere vormen van epilepsie.

Oorzaken

Zoals gezegd wordt epilepsie veroorzaakt door een storing in de functie van de hersencellen. De oorzaak van deze storing kan gelegen zijn in de hersencellen zelf, maar ook allerlei ziekten elders in het lichaam kunnen de epilepsie veroorzaken. In enkele gevallen kunnen de problemen zelfs ontstaan door een gedragsafwijking, bijvoorbeeld een hond die heel erg bang is. In veruit de meeste gevallen is er echter geen duidelijke andere afwijking te vinden en is er spraken van een kortdurende, tijdelijke ontregeling van de hersenfunctie. We spreken dan van primaire epilepsie.

Voorkomen

Epilepsie komt regelmatig voor bij honden. Sommige rassen zijn duidelijk gevoeliger dan andere (voorbeelden zij Poedels, Welsh Springer Spaniels en Duitse Staanders), maar het kan bij ieder ras voorkomen. Echte (primaire) epilepsie komt zelden voor bij honden jonger dan acht maanden. Meestal openbaart de ziekte zich tussen het eerste en derde levensjaar. Bij oude dieren is er vaak een andere oorzaak. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld hersenbloedingen of gezwellen.

Diagnose

Vet is voor ons dierenartsen niet eenvoudig om vast te stellen of een dier epilepsie heeft. De toevallen duren zo kort dat de patiënt bijna altijd al weer uit de aanval is bijgekomen bij binnenkomst in de kliniek. Het verhaal van de eigenaar is daarom van groot belang. We willen graag weten hoe oud het dier is, hoe vaak de aanvallen optreden, hoelang ze duren, of er ook andere klachten zijn enzovoorts. Een probleem hierbij is dat de aanvallen meestal komen als het dier in rust is, dus vaak 's nachts. Het is daarom goed mogelijk dat een dier al meerdere aanvallen gehad heeft voordat het de baas opvalt. Uw huisdier wordt altijd uitgebreid onderzocht. Eventueel kan beslist worden tot aanvullend onderzoek. Dit kan bestaan uit bloedonderzoek, röntgenfoto’s, een hartfilmpje en gedragsonderzoek.

Behandeling

Aangezien de aanvallen maar kort duren en vanzelf verdwijnen is het niet altijd nodig om een epilepsie patiënt te behandelen. Een vuistregel is: als het dier niet vaker dan eens per zes weken een toeval heeft en deze toevallen mild van aard zijn dan is behandeling niet noodzakelijk. Komen de toevallen vaker of kort achter elkaar of heeft de patiënt zware toevallen, die langer dan 10 minuten duren, dan is het raadzaam contact op te nemen met de dierenarts.

De volgende punten zijn handig om te weten

Als uw hond een toeval heeft raak dan niet in paniek. Rust is ook voor de hond het allerbeste dus geen fel licht of harde geluiden. We weten dat mensen niets weten van de epilepsie aanval die ze doormaken. We kunnen er dus van uit gaan dat uw hond er niets van merkt. Wel valt het sommige mensen op dat de hond zich voor een aanval anders gedraagt. Probeer nooit de tong uit de mond te trekken en voorkom dat uw hond zich kan verwonden aan meubilair of doordat hij of zij ergens af valt. Er zijn een aantal soorten medicijnen die gebruikt worden bij epilepsie, waarvan fenobarbital de belangrijkste is. Bijwerkingen zijn slaperigheid, veel drinken en plassen en in uitzonderlijke gevallen kan soms leverbeschadiging optreden. Bij honden die niet reageren op de fenobarbital kunnen er sinds kort andere medicijnen worden gebruikt. Voor elke behandeling geldt dat veranderingen in dosering en medicijn het best onder directe begeleiding van een dierenarts kan plaatsvinden. Bij twijfel over de juiste dosering kan deze door middel van een bloedonderzoek worden vastgesteld.

Erfelijkheid

Primaire epilepsie is een aangeboren en waarschijnlijk erfelijk gebrek. Het is dus verstandig om niet te fokken met dieren die er aan lijden.

Hart problemen

Betreft: Verslag bezoek cardioloog: 12/07/2012 12:15uur – 14:40uur

Stavelot, België, bij Drs. Nicole van Israel, DVM, CESOpht, CertSAM, CertVC, MSc, Diplomate ECVIMCA (Cardiology), European specialist™ in Veterinary Cardiology, MRCVS.

Aanwezig: Drs. Nicole van Israel (cardioloog), Cyrilla Pulmans (CGG lid rasvereniging / kennel Glaginye), Angelique Jongbloets (dierenarts), Bianca van der Post (kennel Dinky-Di-Dutch)

 

Naar aanleiding van de berichten over diverse Australian Kelpies met hartproblemen, heeft er in samenwerking met de rasvereniging een onderzoek plaats gevonden naar het betreffende hartprobleem en de frequentie waarin het voorkomt, met name in een bepaalde bloedlijn. Daarop zijn meerdere Australian Kelpies middels echografisch onderzoek incl. kleuren doppler getest.

Hieronder wordt de uitslag van het onderzoek besproken:

De honden die aanleiding waren tot het onderzoek waren Kalan Watta Dandy en zijn zoon Piet Kelpiebrink (inmiddels overleden), waarvan via Facebook het bericht kwam dat hij leed aan een

hartafwijking en het in korte tijd daarna overlijden van 2 Kelpies uit dezelfde bloedlijn. Naar aanleiding hiervan zijn er 29 Australian Kelpies (op 1 na allen deels in dezelfde bloedlijn) middels

echografisch onderzoek incl. kleuren doppler getest en hebben we de naar ons inziens bestaande hartproblematiek van de Australian Kelpie aan drs. N. van Israel voorgelegd.

Bianca had alle door haar ontvangen hartuitslagen van de middels echografisch onderzoek incl. kleuren doppler geteste honden en nog andere hartuitslagen van Kelpies bij zich, en heeft deze

voorgelegd aan drs. N. van Israel.

Van al deze (29) middels echografisch onderzoek incl. kleuren doppler geteste honden is er tot nu toe slechts 1 hond die daadwerkelijk fysieke klachten heeft door een hartaandoening.

De tot nu toe geteste Kelpies vertonen of een vrij beeld, of een minimale insufficiëntie welke toe te schrijven is aan een ‘sporthart’ (aantoonbaar middels echografisch onderzoek incl. kleuren doppler), of de aandoening Mitralisklep Degeneratie (MD) (officiële Engelse benaming: Degenerative Mitral Valve Disease) met /zonder endocardiose (knobbeltjes/vergroeiingen op de kleppen ten gevolge van de degeneratie).

 

Informatie over MD:

1 http://www.acapulco-vet.be/publications/publications-par-sujet.htm?lng=nl

2 http://www.uu.nl/faculty/veterinarymedicine/NL/Actueel/media/2010/februari/Documents/201002%20In%20Praktijk2.pdf

3 http://www.kkush.be/Portals/kkush/documents/Externe%20studies/ERFELIJKE%20HARTAANDOENINGEN%20BIJ%20DE%20HOND.pdf

4 http://www.whgdierenartsen.nl/Bibliotheek/tabid/69/ItemID/124/Default.aspx?Word=Hartklachten+-+behandelingsmogelijkheden+regulier+en+homeopathisch

5 http://www.dierenkliniekridderkerk.nl/cms/dierenkliniek_ridderkerk/1/25/206/hartaandoeningen_en_echocardiografie.html#MITRALISENDOCARDIOSE

Deze laatste aandoening wordt bij 70 – 80 % van alle oudere honden (ras of rasloos) gevonden, en behoort een ouderdomsaandoening te zijn. Bij navraag bij diverse Australian Kelpie eigenaren uit diverse bloedlijnen is gebleken dat de ouderdomsruis (Mitralisklep Degeneratie) inderdaad met regelmaat bij oudere Australian Kelpies voorkomt.

 

Bij enkele rassen komt deze aandoening voor bij honden met zeer jonge leeftijd (vóór de leeftijd van 5 jaar) wat dan een probleem binnen een ras kan vormen.

 

De nestgenoten als ook de vader, Kalan Watta Dandy, van Ginny die zijn overleden aan een hart aandoening zijn besproken. De vader en één zus kunnen worden toegeschreven aan ouderdoms

Mitralisklep Degeneratie. Van de andere nestgenoot zijn geen gegevens bekend.

 

Drs. N. van Israel meldde ons dat gezien de genoemde symptomen, welke bij beiden honden totaal verschillend waren, de plotselinge sterfgevallen van Dakota (Manual Included Dinky-Di-Dutch) en van Ivar (Ivar Dinky-Di-Dutch) zeker niet het gevolg zijn van Mitralisklep Degeneratie, en op zichzelf staand zijn.

Daarnaast vallen honden die leiden aan Mitralisklep Degeneratie vrijwel nooit ineens dood neer.

Mitralisklep Degeneratie is een slijtage ziekte aan het hart, en er gaat een behoorlijke tijd aan vooraf met daarbij behorende merkbare symptomen zoals vermoeidheid, slecht uithoudingsvermogen, veel slapen, hoesten, benauwdheid, omvallen bij opwinding, voordat het hart het uiteindelijk zal begeven en de hond eraan komt te overlijden.

Een hond met deze aandoening heeft net zoveel risico om ineens dood te gaan als iedere andere (gezonde) hond.

Vervolgens meldde drs. N. van Israel ons dat in het ras Australian Kelpie wel de aandoening PDAB (Persisterende Ductus Arteriosus Botallis) bekend is binnen de cardiologie. Dit kan een vroegtijdige doodsoorzaak zijn bij sommige Australian Kelpies, met merkbare symptomen. De hartruis is dan direct na de geboorte reeds aanwezig en wordt dan vastgesteld bij nestcontrole of bij de eerste enting. Dit is feitelijk geen hartaandoening, maar het probleem van een bloedvat dat zich na de geboorte hoort te sluiten, maar dit dus (nog) niet doet. Hierdoor gaat een gedeelte van het bloed niet door de longen, waardoor het bloed onvoldoende van zuurstof wordt voorzien en het hart harder moet werken om voldoende zuurstof in de weefsels te krijgen. Het hart raakt hierdoor uitgeput met sterfte tot gevolg (deze aandoening is operabel). Bij onjuiste screening wordt hier vaak de diagnose Cardiomyopathie of Mitralsklep Degeneratie toegeschreven aan de hond.

 

Informatie PDAB:

1 http://www.acapulco-vet.be/publications/publications-par-sujet.htm?lng=nl

2 http://www.kvgd-eersel.com/operaties-dierenkliniek-eersel/weke-delen-mainmenu-38/pdab-video.html

3 http://www.kvgd-eersel.com/operaties-dierenkliniek-eersel/weke-delen-mainmenu-38/pdab-hartoperatie.html

Een Australian Kelpie teef, Inoeh Kelpiebrink uit een andere bloedlijn (Almdalens Majsan x Free Uluru) welke gediagnosticeerd was met Cardiomyopathie en op 4 jaar leeftijd is overleden had

waarschijnlijk een PDAB (Persisterende Ductus Arteriosus Botallis. Daarnaast is de teef Bluey Jillaroo Uluru ( Wingdari Swaggies Bess x butterbone black Cougar en nestzus van Free Uluru), 12 jaar geleden d.m.v. echografisch onderzoek (zonder kleuren doppler) verdacht bevonden van Cardiomyopathie, echter is dit niet met zekerheid te zeggen. De hond leeft nog steeds zonder hartmedicatie (momenteel 13.5 jr oud); hoogstwaarschijnlijk heeft deze hond dus geen hartafwijking.

 

In de tussentijd zijn we ook in contact gekomen met eigenaren van Working Kelpies met diverse hartproblemen. De hart aandoeningen zijn dus niet beperkt tot de FCI Australian Kelpie, of tot maar 1 bepaalde bloedlijn.

Het ogenschijnlijk aanwezige hartprobleem binnen ons ras, valt volgens drs. N. van Israel binnen de normaalwaarden zoals deze bij andere rassen of rasloze honden populaties gevonden worden.

Mitralisklep Degeneratie is bovendien Polygenetisch (het genetisch defect zit op meerdere plekken in het DNA) waardoor uitselecteren via fokbeleid niet eenvoudig is.

Er is dus momenteel of in de nabije toekomst geen test om uit te maken of een hond een lijder of drager is van Mitralisklep Degeneratie. En de aandoening is daarnaast ook Multifactorieel (van

meerdere omstandigheden afhankelijk, zoals o.a.; training, voeding, parasitaire infecties, roken in de omgeving van de hond, slechte lichamelijke conditie, omstandigheden waaronder de hond gehouden wordt (tocht, vocht, hygiëne)). Op het moment dat een hond genetisch lijder is zullen de multifactoriële omstandigheden bepalen of de hond daadwerkelijk de ziekte krijgt (expressie van de aandoening). Dit neemt niet weg dat de hond onder optimale omstandigheden deze aandoening toch nog steeds kan krijgen. Nog niet alle factoren die deze aandoening tot expressie brengen zijn momenteel bekend.

 

We moeten dus absoluut geen paniek maken, maar realistisch blijven. In ieder geval hebben we nu een goed beeld aan welke hartaandoening enkele Kelpies lijden, en dit is te danken aan alle mensen die hun honden recent hebben laten testen (onze dank aan jullie allen!).

Drs. N. van Israel haar advies is om zeker niet per definitie lijnen of honden uit te sluiten voor de fok, maar verstandig om te gaan met fokken.

Voor alle honden die ingezet worden of zijn, zou het volgens drs. N. van Israel beter zijn dat honden pas gebruikt zouden worden, als ze 5 jaar oud zijn en dan (nog) geen hartruis hebben, dit om te zorgen dat het een ouderdomsaandoening blijft. Natuurlijk is het niet realistisch om te wachten tot een leeftijd van 5 jaar, zeker niet voor teven (gezien de regel van de Raad van Beheer dat bij teven voor hun 6e levensjaar moet het eerste nest geboren worden).

 

Het advies van drs. N. van Israel is om te zorgen dat elke Australian Kelpie jaarlijks (of tussentijds bij bezoek aan een dierenarts) door een zeer luistervaardige dierenarts middels stethoscoop gecheckt wordt op een hartruis. Mocht uw Kelpie lijden aan Mitralisklep Degeneratie, dan is het raadzaam deze hond in overleg met een cardioloog te blijven volgen, om tijdig de juiste medicatie toe te dienen en de hond dus daardoor zo lang mogelijk te laten leven.

Zodra er een ruis gehoord wordt, zou het fijn zijn als de eigenaar dit doorgeeft aan de fokker en de rasvereniging, welke dan in een database bij kan houden op welke leeftijd de hart ruisen binnen dit ras gevonden worden. De eigenaar van de hond hoeft dan in principe geen echografisch onderzoek incl. kleuren doppler test te laten doen, omdat 90% van alle hart ruisen die op latere leeftijd (boven de 5 jaar) zijn ontstaan te wijten zijn aan Mitralisklep Degeneratie.

In eerste instantie heeft een hond van deze ruis geen last. Meestal kan het hart het lekje jarenlang goed compenseren. Op het moment dat de hartruis weer afneemt (doordat het hart, hoe

tegenstrijdig het ook klinkt, begint te slijten) of als de hond klinische klachten krijgt (bv minder uithoudingsvermogen, in rust sneller ademen, omvallen bij opwinding, hoesten) is het verstandig om een röntgenfoto van de borstholte te laten maken. Hierop is te zien hoe de kwaliteit van de hartspier is en of er stuwing in de longen plaatsvindt door minder functioneren van het hart. Aan de hand hiervan kan worden beslist of en welke medicijnen de hond nodig heeft. De eigenaar hoeft absoluut niet bang te zijn dat de hond ineens dood neervalt.

Betreft het hier een fokteef of -reu jonger dan 5 jaar, dan is het wel verstandig deze middels echografisch onderzoek incl. kleuren doppler door een cardioloog te laten screenen om uit te vinden

of het inderdaad om Mitralisklep Degeneratie of een ‘sporthart’ of een andere aandoening gaat en te zorgen dat er binnen de bloedlijn duidelijk wordt wat eraan de hand kan zijn.

Een echografisch onderzoek incl. kleuren doppler screening kan het beste door een cardioloog beoordeeld worden, omdat een radioloog geen hartonderzoek in opleidingstraject krijgt. Hierdoor

kan een hond met een sporthart onterecht worden veroordeeld tot lijder aan Mitralisklep Degeneratie!

 

Zo zijn er in het verleden al grove fouten gemaakt, welke grote gevolgen hadden binnen een ras.

 

Deze hartscreening dient volgens drs. N. van Israel op 3 plaatsen op het lichaam uitgevoerd te worden:

1 rechterzijde borstkast ter hoogte van hart,

2 linkerzijde borstkast ter hoogte van hart,

3 midden onder de middenrif, richting het hart (o.a. PDAB en aorta).

Wordt deze test niet op deze 3 plaatsen uitgevoerd, dan is er een onvolledige beeldvorming en is de screening niet juist uitgevoerd en is de uitslag van dit onderzoek niet volledig en misschien zelfs onjuist.

 

Mocht er een rashond op jonge leeftijd overlijden, dan wordt geadviseerd om zowel macroscopisch als histologisch sectie te laten verrichten op de hond, en deze uitslag aan de rasvereniging en aan de fokker te verschaffen, zodat er zekerheid ontstaat over de doodsoorzaak en we meer inzicht krijgen in het voorkomen van eventuele (hart)problemen bij jonge dieren, en we binnen het ras op de hoogte blijven van de fysieke aandoeningen.

Belangrijk gegeven is, dat fokkers hun best doen om zo gezond mogelijke honden te fokken en zij hiervoor afhankelijk zijn van de informatie die pupkopers terugkoppelen over hun honden.

Dus de verantwoordelijkheid van de gezondheid van een ras ligt zowel bij de fokker als bij de houder van een (ras)hond.

Moet er inderdaad een echografisch onderzoek incl. kleuren doppler test gemaakt worden, omdat een fokteef of -reu een hartruis heeft, dan kan men naar drs. N. van Israel (http://acapulco-vet.be) gaan in Stavelot of in Ridderkerk http://www.dierenkliniekridderkerk.nl) waar ze 1x per maand aanwezig is, of naar Dhr. H. Gerritsen in Ommen (http://www.dekompaan.com/), of op de faculteit Utrecht bij Dhr. V. Szatmari (deze heeft op dit moment enkel 1 dag in de week beschikking over de echografische doppler apparatuur)

(http://www.uu.nl/faculty/veterinarymedicine/NL/dierenklinieken/ukg/Pages/default.aspx).

 

Op de website van drs. N. van Israel staan diverse publicaties, dit is een directe link naar de publicatie pagina: http://acapulco-vet.be/publications/publications-par-sujet.htm?lng=nl

Na overleg willen wij als rasvereniging de fokkers het volgende aanbevelen:

Enkel honden gebruiken voor de fok die geen hartruis hebben op de leeftijd van 5 jaar en jonger.

Teven die jonger dan 5 jaar zijn enkel te laten dekken door reuen (die) ouder dan 5 jaar (zijn) (met een ondertekende en gedateerde verklaring, dat er geen hartruis is geconstateerd bij het lichamelijk onderzoek van de hond met vermelding van de onderzoeksdatum)

Reuen onder de 5 jaar enkel gebruiken voor teven die ouder dan 5 jaar zijn (met een ondertekende en gedateerde verklaring, dat er geen hartruis is geconstateerd bij het lichamelijk onderzoek van de hond met vermelding van de onderzoeksdatum).

Indien men een oudere hond met hartruis voor de fok wil gebruiken, moet bekend zijn wanneer de hartruis is ontstaan en moet er een verklaring van een cardioloog bij dat het gaat om een ouderdomsruis welke dus Mitralisklep Degeneratie is en niet de hiervoor genoemde variant die bij jongere honden wordt gevonden.

De vereniging zal z.s.m. een fokkersoverleg organiseren waarin dit item besproken zal worden, om vervolgens de resultaten daarvan op de ALV voor te leggen.

Met vriendelijke groet,

Australian Cattle Dog & Kelpie Vereniging ism Australian Kelpie fokkers

Samenvatting

Heeft uw huisdier toevallen dan kan dit epilepsie zijn, maar dit hoeft niet. Raak niet in paniek en neem contact op met uw dierenarts. Overleg met hem (of haar) of het nodig is nader onderzoek te doen en een behandeling in te stellen. Dieren met epilepsie kunnen hier heel oud mee worden. Epilepsie veroorzaakt maar uiterst zelden gedragsafwijkingen bij uw dier. Het is een aandoening waar zowel hond als baas mee kunnen leren leven.

 

Copywrite D.N. Geerlings © All rights reserved.